Literair Café zondag 7 mei 2006 in het kader van het Tagore Festival 2006

 
 

Op zondag 7 mei 2006 werd het tweede evenement in het kader van het Tagore festival gehouden. Het bleek een enorm succes! Een dertigtal mensen maakte met Tatiana Radier (gedichtenvoordracht), Tammo Heikens (sitar) en Anneke Postma (dans), een reis door het innerlijk. Het huis voor dat innerlijk was De Regentenkamer.
Zij namen het publiek letterlijk mee door het prachtige gebouw dat geheel in Indiase, spirituele sferen was gehuld. Ook de grote passie van Tagore voor de natuur werd als een natuurlijk geheel meegenomen. Een deel van het programma werd uitgevoerd in de tuin van De Regentenkamer. Niet alleen het weer leverde een bijdrage op deze zonnige geboortedag van Tagore, zelfs de roodborstjes zongen met volle borst mee, op de tonen van Tammo's sitar en de meeslepende stem van Tatiana.

(De volgende evenementen zijn op vrijdag 12 mei in de Kunstkring: Dansvertelvoorstelling door Mala Kishoendajal en Aartie Jagmohan, die Kalpana Raghuraman vervangen. Zij moest wegens ziekte afhaken). Zaterdag 13 mei in de Kunstkring: Filmvertoning van en introducerende lezing over Tagore's roman Choker Bali door Mala Kishoendajal.

 
Tatiana
Laat alle vormen van vreugde
samenvloeien in mijn laatste lied.

Serre Tammo Anneke
De vreugde die de aarde overstroomt
met de wilde overdaad van gras.
Anneke
De vreugde die dood en leven,
die tweelingbroers,
laat ronddansen over de wijde wereld.
Anneke
De vreugde die met de storm binnenzwiept
en schaterend alle leven wakker schudt
Tatiana Anneke Tammo
De vreugde die als een traan verstilt
op de rode, open lotus van smart.
Anneke Tatiana
De vreugde tenslotte, die alle bezit
weggooit in het stof
en zonder woorden blijft.
   
Enkele gedichten van Tagore die op deze middag werden voorgedragen:
 
Komen en gaan

Liefde kwam
met zulke zachte stappen
dat ik dacht dat zij een droom was.
Ik vroeg haar niet om te gaan zitten.
Toen zij wegging hoorde ik het niet eerder
dan wanneer zij de deur had geopend.
Ik haastte me naar buiten om haar terug te roepen.
Tegen die tijd was zij een lichaamloze droom
die oploste in het nachtelijke duister.
De vlam van haar lamp op het verre pad
Een roodgloeiende begoocheling.

Uit: toen hij de snaren spande

Laat mij op mijn hoofd een blaadje dragen
van de bloemen die uit jouw krans zijn losgeraakt.
Dat wijde meer van zoetheid heeft geen bodem,
laat mij daarin verzinken, laat mij sterven.
Veeg van mijn voorhoofd het teken van de schande -
O vriend, laat mij vandaag in het verborgene
de stip op mijn voorhoofd dragen die je gezet hebt.

Jouw wilde stormen moeten razen in mijn bloementuin,
laat ze de dode bladeren en verwelkte bloemen wegvegen.
Veeg alles weg wat in mijn leven
het pad bedekt hield: veeg alles weg.
Jouw grote schatkamer bevat veel rijkdommen -
Overal pak ik handenvol weg, dit alles vult niet
mijn hart: jij moet mijn innerlijk met leven vullen.

Uit: toen hij de snaren spande

Wie is door jouw bekoorlijke
gestalte overmeesterd.
Weet ik soms niet dat de dood danst,
danst aan jouw voeten.
Het kleed ven herfstlicht is gescheurd,
hoe schittert het en danst het -
Je hebt storm gebracht met wapperende haren.
Wie is door de bekoorlijke gestalte overmeesterd.

Alles beeft in de wind -
De rijpe rijstplanten worden bang,
ze sidderen op de volle velden.
Ik weet wel dat vandaag met luid weeklagen
de hulde aan jou ten einde loopt
op de kust van de tranenzee van deze wereld.
Wie is door de bekoorlijke gestalte overmeesterd
.

liner_9x9 (1K)
Terug