Gedicht uit Gitanjali
Dat kind dat je met kostbare sieraden
Hebt geboeid en aangekleed als een
Preutse prinses
Dat kind vindt het niet leuk meer om te spelenGevangen is ze in die schitterende jurk
Bang dat er een scheurtje in komt
Er een vlekje op komt
Zit ze stil, doodstilZeg me wat voor zin heeft het een
Kind zo uit te dossen
Dat het niet meer zichzelf kan zijn
Zichzelf, zichzelf, zichzelfZie je niet dat ze vrij wil leven
Zo vrij, zo vrij, zo vrij als een vlinder
Zij wil leven in de zon, geboeid worden
door weer en wind
En het golvenspel van waterHoor je mij? Dat kind dat je met kostbare
sieraden hebt geboeid hoort nooit meer een
Lied. Een simpel lied dat zingt in duizend
stemmen, in de regen, in de zon, in de wind.
Hoor jij mij? Hoort zij mij?
Dat kind, dat simpele kind ergens in jou![]()
Gedicht uit Tagore's Nobelprijs winnende bundel Gitanjali (Een offer van Liederen, formeel vertaald als Wij-zangen)
Gemoderniseerde bewerking door Mala Kishoendajal![]()